Forensisch onderzoek

Er werd divers onderzoek gedaan in meerdere stadia.
Onderstaand onderzoek is hier vermeldenswaard, omdat het volstrekt doorslaggevend is.
Daar gaat deze paragraaf over. Terug naar de PG (Conclusie PG 21-08-2012, mijn nadruk):

De bevindingen van de PG


Bijzondere aandacht verdienen de bloedsporen met de nummers 7 en 20.

Bloedspoor nummer 20 betreft een druppel bloed die is aangetroffen in het halletje van het afhaalgedeelte van het restaurant, en wel op de tegelvloer in de directe nabijheid van de opengebroken gokkast en de lege geldlades. Het spoor is uitsluitend afgebeeld op foto nr. 13 in de fotomap die als bijlage is gevoegd bij het proces-verbaal van technisch sporenonderzoek op de PD.
Dit spoor is op bladzijde 6 van dat proces-verbaal(30) omschreven als:

"Verder werd op de tegelvloer voor de speelautomaat een gedroogde roodkleurige druppel aangetroffen."

In het resumé op bladzijde 12 van datzelfde proces-verbaal(31) is dit spoor (onder nummer 1.4) als volgt omschreven:

"Monster van een deels opgedroogde druppel, met het uiterlijk van bloed, aangetroffen op de vloer voor de gokkast;"
(..)
Bloedspoor nummer 7 is in het genoemde proces-verbaal van technisch sporenonderzoek(32) (genummerd als 2.07a en 2.07b) als volgt omschreven:

"Op het bovenblad van de naast het slachtoffer staande werktafel bevond zich op de rechterzijde van het blad, dit gezien vanuit de richting van het slachtoffer een aantal vlekjes van een rode substantie. Hiervan werd een monster veiliggesteld voor verder onderzoek."

Deze sporen werden in 1994 reeds onderzocht met de toen beschikbare technieken, waarbij geen eenduidige resultaten werden verkregen; zo kon één spoor in theorie afkomstig zijn van één van de mannelijke daders.
In 2008 werden de sporen opnieuw onderzocht met verschillende technieken. Daarbij kwam naar voren dat de twee sporen zéér waarschijnlijk (behoudens 1 op zoveel miljoen) afkomstig waren van dezelfde persoon, en dat die persoon zijn roots in (Zuid-)oost-Azië of Oceanië had.
Voorts werd vastgesteld, dat géén van de in dit dossier onderzochte personen de donor kon zijn!
De PG hecht ook grote waarde aan de volgende constatering van het NFI:

"Het lijkt aan de hand van de foto te gaan om een passieve bloedspat, die nog niet is ingedroogd en die afkomstig kan zijn van een bebloede persoon of bebloed object; (..)"

leidend tot de conclusie:

Naar mijn mening mogen de bloedsporen met de nummers 7 en 20 niet worden genegeerd, en dit vanwege de cumulatie van aanwijzingen dat het ontstaan ervan geen toevallige samenloop van omstandigheden betreft, maar samenhangt met het openbreken van de gokkast en de moord op [mw. M.].

Niet onlogisch, omdat de ene bloeddruppel naast de gokkast lag en het andere bloedspoor pal naast het slachtoffer.


Reconstructie van de plaats delict, met behulp van De dood in het Chinese restaurant, aangevuld met de beschrijving in Conclusie PG 21-08-2012 van de vondst van de bloedsporen. Alleen al deze schets maakt het buitengewoon onwaarschijnlijk, dat deze bloedsporen niets met het besproken delict te maken hebben.


De bevindingen van het gerechtshof

Met behulp van het OM wrong het gerechtshof zich hieronderuit. Maar men kan ook stellen: juist andersom, dus het OM met behulp van het gerechtshof. In ieder geval 'samen'. In eerste instantie werd betoogd, net zoals hierboven, dat de bloeddruppel tenminste nog gedeeltelijk vloeibaar was. Daarvoor werden nog aanvullende aanwijzingen gevonden (Arrest Gerechtshof 4 november 2015):

De indertijd bij het technisch onderzoek betrokken [verbalisant 17] heeft in het kader van het CEAS-onderzoek over deze bloeddruppel als volgt verklaard: ‘Ik weet nog wel waar die druppel lag. Ik dacht dat die druppel rond was. Ik weet geen afmeting. Het bloed werd met een draadje veiliggesteld. Als ik het beeld terughaal dan was die druppel vloeibaar.’ Ook gerechtelijk laboratorium-deskundige [deskundige 14] heeft indertijd ten overstaan van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch na raadpleging van zijn aantekeningen verklaard dat het monster met een draadje was veiliggesteld, alsook dat door middel van een dergelijk draadje een nog niet opgedroogde bloeddruppel kan worden opgenomen. [deskundige 14] kwalificeert zulks als een goede methode, omdat alle bloedfactoren in zo’n draadje trekken.

Het Hof vervolgt dan:

Uit verdere zich in het dossier bevindende informatie leidt het hof af dat de tijd die benodigd is voor het volledig drogen van een bloeddruppel in belangrijke mate wordt bepaald door het oppervlaktemateriaal waarop de druppel is aangetroffen alsmede de relevante omgevingstemperatuur.

Op de zich in het dossier bevindende foto van de betreffende bloeddruppel neemt het hof waar dat het een enkele bloeddruppel van beperkte omvang betreft, die is aangetroffen op een tegelvloer. Voorts is (uit openbare bronnen) gebleken dat de nacht van 3 op 4 juli 1993, evenals de ochtend van 4 juli 1993, redelijk warm was, met een minimumtemperatuur die dag 15,9 °C en een maximumtemperatuur 26,5 °C. De gemiddelde temperatuur die dag bedroeg 21,1 °C. Diverse deuren van en in het restaurant, waaronder de deur tussen de hal en de keuken, stonden bovendien – in ieder geval bij aankomst van de politie – open.

Dit leidt dan tot:

Uit de verklaringen van betrokken verbalisanten leidt het hof voorts af dat het slachtoffer op 4 juli 1993 om omstreeks 10.45 uur is aangetroffen door restaurantmedewerkers, en dat de politie voor het eerst om 11.00 uur het restaurant betrad.
it verklaringen kan voorts worden afgeleid dat de technische recherche die dag niet eerder dan om 12.00 uur met haar werk is begonnen. Hieruit leidt het hof af dat de bloeddruppel op zijn vroegst op dat tijdstip, maar mogelijk zelfs nog later, werd bemonsterd. Gezien de hiervoor genoemde dagtemperaturen en “open deuren” acht het hof het waarschijnlijk dat, op het tijdstip van bemonstering, de omgevingstemperatuur van de bloeddruppel niet lager zal zijn geweest dan 20 °C. Omdat het voorts een druppel op een tegelvloer betrof, kan uit het hiervoor in voetnoot 200 genoemde onderzoek worden afgeleid dat de droogtijd van een bloeddruppel onder die omstandigheden dan ongeveer 60 minuten bedraagt.

En daarmee werd het belang van de bloeddruppels afgeserveerd; hij was pas na het delict gedeponeerd....

Voetnoot 200


Zoals hier valt te lezen, speelt voetnoot 200 een cruciale rol. In Voetnoot 20 wordt verwezen naar een artikel over bloedsporen, met als verwijzing:

Ramsthaler F, Schmidt P, Bux R, Potente S, Kaiser C, Kettner M., Drying properties of bloodstains on common indoor surfaces, International Journal of legal medicine 2012 126(5):739-46. doi: 10.1007/s00414-012-0734-2. Epub 2012 Jun 30.

Dit artikel heb ik hier nader geanalyseerd: Bewijsmiddel bloedvlekken.

Mijn kritiek komt neer op hetvolgende:
Bij nadere lezing van het artikel komen -tenminste-  drie omstandigheden aan de orde, die de gevonden verbanden tussen ondergrond en droogtijd van een druppel bloed kunnen beïnvloeden:
  1. De temperatuur
  2. De luchtvochtigheid
  3. De druppelgrootte

Ten aanzien van de temperatuur, lijkt het Hof (of het OM) zich hiervan rekenschap te hebben gegeven, gelezen de passage over de buitentemperatuur. Het Hof (of OM) gaat uit van de luchttemperatuur. De druppel lag echter duidelijk op de vloer.
De grap omtrent het kapotte horloge (dat tweemaal daags exact de juiste tijd aangeeft) gaat ook hier op: maar enige malen per dag (doorgaans tweemaal) is de bodemtemperatuur gelijk aan de luchttemperatuur. Gedurende de aanvang van een etmaal is de bodemtemperatuur meestentijds lager. Pas later op de middag wordt deze hoger.
Het wordt nog ingewikkelder, als men het verschil tussen binnen en buiten in beeld brengt: de temperatuur binnen loopt structureel achter bij de temperatuur buiten. Voorts speelt de architectuur van de ruimte, waarin de bloeddruppel zich bevond een rol: het restaurant had een plat dak, waardoor de temperatuur door de nachtelijke uitstraling (en vermoedelijk povere isolatie) sterk daalde.
Een combinatie van al deze factoren maakt, dat de temperatuur van de bloeddruppel in de relevante periode vermoedelijk niet hoger was dan 15oC. Dat betekent, dat volgens het aangehaalde artikel de droogtijd (meer dan)  tweemaal zo lang moet zijn geweest op basis van deze aanpassing.

Temp Gilze-Rijen
Luchttemperaturen Gilze-Rijen nabij Breda. Het verloop tussen de temperaturen op 150 cm en 10 cm geeft een goede indruk van de bodemtemperatuur, die niet wordt gemeten. Deze liggen in de nacht doorgaans nog lager dan T10 en zijn de oorzaak van de lagere T10. De T10 wordt door de KNMI slechts in periodes van 6 uur en alleen als minima opgegeven. Vandaar de weergegeven horizontale onzekerheid. In groen de periode, waarin het delict zich zou hebben voltrokken. In deze periode werd te Gilze-Rijen gedurende 5 waarnemingsuren nevel opgegeven, zie voor details: Bewijsmiddel bloedvlekken Afhankelijk van de mate van isolatie loopt de temperatuur binnenshuis achter bij de temperatuur buiten.

Wat betreft de luchtvochtigheid, is deze passage in het aangehaalde artikel veelzeggend (mijn nadruk):
In certain situations, an estimation of the time elapsed since bloodstain origination may be of importance to answer questions related to the time course of actions. However, further systematic studies are needed to clarify the effect of other properties such as droplet size, humidity, or evaporation.
De gegevens omtrent de luchtvochtigheid zijn uitermate verontrustend, in de periode van het delict schommelde de luchtvochtigheid buiten tussen de 90 en 100%! Het openen van deuren zou hebben geleid tot het binnendringen van vocht. Het verschil in lucht- en bodemtemperatuur kan mogelijk hebben geleid tot het neerslaan van vocht op de koude tegels. De droogtijd is volgens onderstaand diagram uitgaande van een standaard luchtvochtigheid van zo'n 50 % al gauw tweemaal zo lang.


De relatieve luchtvochtigheid was zeer hoog tijdens de periode, waarin het delict werd uitgevoerd.
De invloed van de relatieve luchtvochtigheid op de droogtijd van bloeddruppels bij W. Bou Zeid et al. / Colloids and Surfaces A: Physicochem. Eng. Aspects 432 (2013) 139– 146

Komen we op de druppelgrootte. Het artikel in voetnoot 200 ging uit van een druppelgrootte van 25 μL. Niet onbegrijpelijk, want deze druppelgrootte is gerelateerd aan bloeddruppels, die afvallen van een mes. In deze casus is echter geen sprake van het hanteren van een mes, bijvoorbeeld gevolgd door het verwonden van het slachtoffer. De druppel kan alleen maar worden verklaard door de verwonding van degene, die het restaurant was binnengegaan, met welk oogmerk dan ook. De druppel is het meest waarschijnlijk afkomstig van een verwonding aan een hand, opgelopen bij een handeling, zoals het openbreken van een gokkast. Die handeling heeft daadwerkelijk plaatsgevonden (bij de opengebroken gokkast werden zwarte scherven aangetroffen, vermoedelijk van een asbak). De karakteristieke druppelgrootte in zo'n geval bedraagt circa 50 - 60 μL. Men spreekt in zo'n geval van een passieve bloeddruppel - net zoals in het verslag van het NFI. De auteur van het bedoelde artikel (Frank Ramsthaler) berichtte mij, dat hij aanvullende experimenten heeft gedaan met 50 μL bloeddruppels en dat bij die gelegenheid de droogtijd verdubbelde.


Ook in anders opgezette onderzoeken is de afhankelijkheid van droogtijd van druppelgrootte duidelijk cf D. BRUTIN, B. SOBAC, B. LOQUET AND J. SAMPOL. J. Fluid Mech. (2011), vol. 667, pp. 85–95

Conclusie


Als men deze factoren in acht neemt, wordt duidelijk, dat de bloedvlekken zéér waarschijnlijk gedeponeerd zijn in de periode, dat het delict 'doodslag' zich voltrok. Gemiddeld is de droogtijd van een 25 μL druppel 45 tot 60 minuten. Met de correcties wordt dit voor een 50 μL druppel ongeveer 6 - 8 uur met een uitloop naar boven, omdat de luchtvochtigheid voordien véél hoger was. Zie voor meer details dit rapport:  Bewijsmiddel bloedvlekken. Nu kan men nog steeds aannemen, dat er zich in het restaurant en omringende ruimten twee delicten afspeelden, die niets met elkaar te maken hadden, maar dan is men er wel heel erg op uit daders bij een delict te zoeken, in plaats van de waarheid. Temeer, omdat het bloed werd aangetroffen bij de gokkast en in de onmiddelijke omgeving van het stoffelijk overschot.